921

(Feith), (7.II.1753, , 8.II.1824, , ) . .

922

(1770). . . , . , . . , . . ø ., . . : , (Thirsa of de zege van dea godsdienst, 1784) , (Ladij Johanna Gray, 1791) . , (Ines de Castro, 1793) . , -. , (Mucius Cordus of de Verlossing van Rome, 1795). . , (1783, . 1787), (, 1783; , 1785), ( Het graf, 1792, .). . - . . .-. . : (Brieven over verscheide onderwerpen, dl 16, 178493), (Bijdragen tot de bevordering der schoone kunsten en wetenschappen, dl 13, 179396, . J. Kantelaar). .-. , ., . , ( De ouderdom, 1802), ( Brieven aan Sophie, 1806).

.: Dicht-en prozaische werken, dl 113. Rott., 182425; Bloemlezing. Med inleiding door W. Kloos, Amst., 5 913; . . , , ., 1803.

.: Busken Huet C., Feith en Kinker, .: Litterarische fantasiën en kritieken, dl 24, Amst., 1888; Bruggeneate H. G. ten, Mr. R. Feith, Wageningen, 1911; Brandt Corstius J. C., Rhijnvis Feith als overgangsfiguur, Nieuwe Taalgids, 1957, blz. 24147.

. . .